In dept discussion on the role and possibilities for lobby and which strategies would be most effective. Several studies have been finished that will serve as interesting input and background for discussion. Agenda and background info Report
Nieuws
1. Alternatives and substitutes for overseas soy (clover,….) RAD: sferet@wanadoo.fr GRET: wagner@gret.org CPE: cpe@cpefarmers.org CCFD: c.gaudard@ccfd.asso.fr ABL: schimpf@bauernstimme.de Cordaid: bvd@cordaid.nl ASEED: flip@aseed.antenna.nl Wervel: frederik@wervel.be Ferm local: guy@apc-bvba.be Vredeseilanden: Gert.engelen@vredeseilanden.be PAL: guusgeurts@yahoo.com & h.goverde@chello.nl Greenpeace:karen.simal@be.greenpeace.org 2. Stop export EU meat surplus / Right to protect / Preventing soy to come in / General concerns with market …
Programme EU soy seminar
1. Inleiding
Na twee eeuwen van industriële revolutie en een halve eeuw van ontwikkelingshulp blijven onderindustriali-sering en armoede de overhand houden in meer dan de helft van de wereld. Na een kwart eeuw van bewegings-vrijheid van kapitaal en goederen, echter niet van personen, komen regionale financiële crises in steeds snellere opeenvolging tot uitbarsting. En na een eeuw van agrarische revolutie en een halve eeuw van groene revolutie en voedselhulp zijn gebrek aan middelen van bestaan, extreme armoede en onaangepaste voeding (ondervoeding en ontbrekende nutriënten) overal ter wereld nog steeds het dagelijkse lot van de meeste kleine boeren en armen op het platteland.
De auteurs maakten een studie naar de mogelijkheden om landen die in hoofdzaak van grondstoffenlevering moeten overleven, een betere basis te geven voor hun bestaan. Het begrip ‘grondstoffen’ moet hier ruim worden opgevat. Het betreft zowel minerale als agrarische grondstoffen. De studie gaat over de tweede categorie.
De prijzen van grondstoffen uit de tropen zijn de afgelopen jaren ongehoord laag. Dit bedreigt het bestaan van miljoenen boeren in ontwikkelingslanden. Deze crisis in de grondstoffenprijzen vraagt dringend om aandacht. Kenia, Tanzania en Oeganda hebben onlangs het thema van de nieuwe internationale overeenkomsten op de WTO agenda geplaatst. Het is ook onderwerp van overleg geweest tijdens de elfde Unctad conferentie in São Paulo, Brazilië, 13-18 juni 2004.
In de studie van Niek Koning, Muriel Calo en Roel Jongeneel blijkt dat zulke overeenkomsten bruikbaar zouden kunnen zijn als ze maar op de juiste wijze zijn gestructureerd.
Sinds in de jaren 1980 alle internationale grondstoffenovereenkomsten (ICA’s), op één na, zijn opgezegd, zijn de wereldmarkten voor tropische exportteelten zoals koffie, cacao en suiker geplaagd door een structureel overaanbod gepaard gaand met sterke en aanhoudende prijsdalingen. Tussen 1980 en 2002 zijn de prijzen van koffie, cacao, rietsuiker en nauurrubber tussen de 77 en 86% gedaald. Omdat primaire grondstoffen de belangrijkste bron zijn van de exportinkomsten van veel ontwikkelingslanden, heeft de prijzencrisis geleid tot armoede en verwaarlozing van het land. Hij is ook de hoofdoorzaak van de schuldencrisis. Ondertussen gaan ontwikkelde landen door met het ondersteunen van hun landbouw op een wijze die arme boeren schaadt, door het toepassen van zogenaamde ‘niet handelsverstorende’ betalingen. Deze remmen de import en bevorderen de export van dumpproducten zoals katoen, granen en maïs (dumping te verstaan als verkoop op de wereldmarkt onder de productiekosten).
De auteurs vinden dat er dringd behoefte is aan nieuwe overeenkomsten om te komen tot prijsverbetering van de tropische exportteelten. Zij overlopen de geschiedenis van de ICA’s en betogen dat:
• Dat eerdere overeenkomsten faalden, kan voorkomen worden door een beter ontwerp van de overeenkomsten. Veel westerse economen denken ten onrechte dat de grondstoffenovereenkomsten mislukten wegens onoverkomelijke problemen die deze per definitie onhoudbaar maakten. Zulke problemen kunnen in feite verkleind worden door veranderingen in de wijze van financiering, toegenomen transparantie en een evenwichtsoefening omtrent de voordelen tussen landen onderling door gecombineerde onderhandelingen over verschillende grondstoffen tegelijk.
• Het waren eerder politieke dan economische oorzaken die tenslotte verantwoordelijk waren voor het mislukken van de overeenkomsten. Voortdurende dwarsboming door ontwikkelde landen en het ontbreken van mechanismen om inschikkelijkheid af te dwingen leidden tot hun mislukking. Krachtverhoudingen verankerd in de onderliggende grondwettelijke overeenkomsten (GATT en UNCTAD), zoals beperkende stem-formules, beletten ontwikkelingslanden om daadkrachtig op te treden tegen het dwarsbomen van verplichtingen en om het nakomen ervan af te dwingen.
• Het sluiten van overeenkomsten die stand houden, is mogelijk. Zij kunnen bestand gemaakt worden tegen economische problemen door structurele overproductie en problemen met financiering aan te pakken. Productielanden kunnen het verzet van de regeringen van consumptielanden breken door samen te spannen met CSO’s, bereidwillige regeringen, en vooraanstaande privé-ondernemingen in een Fair Trade Coalition om een gepaste machtspositie te verwerven bij onderhandelingen. Zij kunnen hun medewerking in de WTO aan voor consumptielanden fundamentele handelsthema’s als hefboom gebruiken, zoals rechten inzake intellectuele eigendom en directe buitenlandse investeringen.
De Unctad conferentie in Brazilië biedt een welkome gelegenheid om de strategieën te herzien om evenwicht te brengen in vraag en aanbod in tropische grondstoffen.
De studie geeft aan dat alleen internationale samenwerking dat evenwicht tot stand kan brengen en de daarmee samenhangende welvaartsverbetering in ontwikkelingslanden kan realiseren.
De volledige engelstalige studie is te vinden op http://www.north-south.nl/index.php/item/666
(via IATP, 040610)
auteurs: Niek Koning, Muriel Calo en Roel Jongeneel
(Muriel Calo is verbonden aan het Global Development & Environment Institute, Medford MA, USA; Niek Koning en Roel Jongeneel zijn verbonden aan de Universiteit van Wageningen, Nederland.)
Bezig aan een WTO-ronde die rampzalig zal zijn voor de armen
De uitkomst van de krachtmeting – een ondoorzichtig en sommige partijen uitsluitend proces van onderhandelingen – is een raamovereenkomst die de belangen van de sterken beschermt.
Binnen de landbouw is de raamovereenkomst een wettig instrument voor de VS en de EU om hun subsidies in stand te houden. Het is niet anders dan een oefening in het van de ene in de andere doos schuiven, terwijl ondertussen de markten van de ontwikkelingslanden worden opengebroken.
Op 26 juli 2004 bracht de ontwikkelingsorganisatie Action Aid een nieuw rapport uit waarin de VS en de EU worden beschuldigd van grove tactieken tegenover ontwikkelingslanden bij de huidige WTO-onderhandelingen. Het rapport dat de titel draagt : "Verdeel en heers : Hoe de EU en de VS bij de WTO allianties van ontwikkelingslanden beantwoorden " richt zich op de tactieken van de EU en de VS in de aanloop naar de ministeriële bijeenkomst van de WTO in Cancún en verder.
De verspreiding en de stringentere toepassing van normen voor voedselveiligheid en gezondheid in de landbouw is een bron van zorg voor veel ontwikkelingslanden. Deze normen worden ervaren als een hindernis voor het voorduren van het succes van hun exporten van hoogwaardige agro-voedselproducten (inbegrepen vis, bloemen en andere producten), ofwel omdat deze landen de technische en administratieve capaciteiten missen om hieraan te beantwoorden ofwel omdat deze normen kunnen worden gebruikt op een discriminerende of protectionistische manier.
De Algemene Overeenkomst over Handel in Diensten die ter discussie staat bij de WTO heeft ook invloed op landbouw en voedsel.
Daarover publiceerde IUF in het Verenigd Koninkrijk een studie, die uitkwam op 17 juni 2004 onder de titel : " The GATS Threat to Food and Agriculture ".
Het debat over vrijhandel versus protectionisme duurt al 500 jaar; het loopt doorheen de geschiedenis van ons moderne wereldsysteem. Het argument ten gunste van vrijhandel is altijd geweest dat hij leidt tot maximale concurrentie, en dus maximale productie-efficiëntie, en dus verlaging van prijzen en tenslotte ten goede komt aan de consument. Het argument ten gunste van protectionisme is altijd geweest dat vrijhandel zeer negatieve gevolgen heeft voor verschillende nationale economische situaties, zowel op korte als op lange termijn.
Internationale regels voor landbouw hebben dikwijls perverse gevolgen voor kleine boeren en consumenten. De WTO-formules voor beoordeling van prijsondersteuningssystemen kunnen misleidend zijn zoals uit het onderstaande blijkt. In het geval van India kunnen zulke regels worden ingepast in een reeks beleidsmaatregelen die zowel op de buitenlandse als op de binnenlandse markt prijsverstoringen voortzetten, een klein aantal boeren bevoordelen ten koste van de meesten en consumenten te kort doen. Een effectief landbouwbeleid zou schaarse middelen kunnen inzetten voor ontwikkeling van infrastructuur voor kleine boeren of voor andere dan prijsondersteuning in de landbouw.