De supermarkt bepaalt ons eten
Elke dag vullen duizenden mensen hun winkelkar in de supermarkt. Het lijkt vanzelfsprekend: groenten, brood, melk, fruit, vlees,… Alles ligt netjes gewassen, voorgesneden en verpakt klaar. Maar achter die overvloed schuilt een systeem dat steeds meer kraakt.
Boeren krijgen te weinig voor wat ze produceren. Consumenten verliezen hun voeling met het eten op hun bord. En tussen boer en burger groeit een keten van verwerkers, opkopers, distributiecentra, logistieke spelers, marketing machines en retailers die steeds meer macht en geld naar zich toetrekken.
De supermarkt werd ooit voorgesteld als efficiëntie. Vandaag moeten we ons afvragen: efficiënt voor wie?
Voor boeren betekent de concentratie van macht in de voedselketen vaak minder onderhandelingsruimte. Ze produceren voedsel, dragen de risico’s van klimaat, ziektes en prijsschommelingen, maar krijgen dikwijls slechts een klein deel van de uiteindelijke verkoopprijs. Ondertussen stijgen de eisen: goedkoper, uniformer, sneller leverbaar. De druk verschuift naar naar de producent, aan het begin van de keten.
Maar ook de consument verliest. Niet noodzakelijk financieel, wel cultureel en maatschappelijk. Uiteraard willen supermarkten de prijs voor consumenten laag houden, maar ook boeren krijgen te maken met stijgende kosten en die worden niet steeds doorgerekend in de verkoop. Bovendien weten we steeds minder waar ons eten vandaan komt, wie het produceerde, in welk seizoen het groeit en onder welke omstandigheden het werd gemaakt.
De relatie met ons voedsel vervreemdt. Dat zagen we ook in ons recente mystery shopping onderzoek. Eenentwintig mysteryshoppers trokken tussen maart en april 2026 naar supermarkten om na te gaan of consumenten er lokale producten uit de korte keten kunnen vinden. De resultaten waren ontnuchterend: het aanbod aan korte ketenproducten bleek beperkt en vaak moeilijk herkenbaar. Wie bewust lokaal wil kopen, moet soms letterlijk zoeken tussen honderden producten. En niet elke supermarkt doet evenveel inspanningen.
Dat is geen detail. Want als korte ketenproducten nauwelijks zichtbaar zijn in het dominante verkoopsysteem, dan verliezen consumenten ook de kans om bewust voor lokale landbouw te kiezen. Daarom pleit Wervel voor een wereld met LEF: lokaal, ecologisch en fair.
- Lokaal omdat voedselproductie opnieuw dichter bij mensen mag komen. Niet alles moet de halve wereld rondreizen wanneer het ook hier geproduceerd kan worden.
- Ecologisch omdat landbouw niet alleen voedsel moet voortbrengen, maar ook bodem, water, biodiversiteit en klimaat mee moet beschermen.
- Fair omdat boeren een eerlijke prijs verdienen en consumenten recht hebben op transparantie over hun voedsel.
En het belangrijkste: die wereld met LEF bestaat al. Ze groeit in stilte naast het supermarktmodel. In samenwinkels waar burgers zelf mee eigenaar worden van hun voedselvoorziening. In pakketsystemen waar boeren rechtstreeks leveren aan gezinnen. In Voedselteams die producent en consument opnieuw met elkaar verbinden. In hoevewinkels waar je de persoon achter het voedsel kent. Op boerenmarkten waar gesprekken even belangrijk zijn als je aankopen.
Het zijn geen nostalgische restanten uit het verleden. Het zijn laboratoria van de toekomst!
Vaak wordt gedaan alsof er geen alternatief voor de supermarkt bestaat. Maar het alternatief leeft al. Het vraagt alleen meer zichtbaarheid, meer ondersteuning en meer vertrouwen. De vraag is dus niet of een ander voedselsysteem mogelijk is. De vraag is hoeveel macht we nog willen blijven geven aan een model waarin voedsel vooral een product is, boeren vooral leveranciers zijn en consumenten vooral klanten.
Misschien is het tijd om opnieuw burgers te worden. Burgers met LEF!