Agro-ecologie wereldwijd
Het voedsel dat we eten heeft vaak een mondiale dimensie. Dieren worden gevoederd met overzees veevoeder, zaden worden door multinationals gepatenteerd en gecontroleerd. Zo is Vlaanderen bijvoorbeeld één van de grootste exporteurs van diepvriesgroenten en -frieten.
Een internationale voedselketen is niet per sé slecht. Sommige gewassen worden nu eenmaal beter geteeld in bepaalde gebieden. Denk maar aan koffie, bananen of appelsienen. Maar vaak is het internationale aspect een uiting van een geglobaliseerde markt, waarbij voeding niet meer is dan koopwaar. Met winst dus als hoofddoel, en niet langer het voeden van de mens.
Kringlooplandbouw is per definitie lokaal. In de internationale handel na de Tweede Wereldoorlog werd daarom voedsel- en landbouwbeleid buiten de regels van de GATT (General Agreement on Tariffs and Trade) gehouden.
Maar met de Uruguay-ronde van de GATT (1986-1994) veranderde dat. Bij de stichting van de GATT-opvolger WTO (Wereldhandelsorganisatie) werd vanaf 1995 landbouw opgenomen in de neoliberale ideologie van de WTO. Sindsdien worden boeren en boerinnen uitgeleverd aan een wereldwijde concurrentiestrijd. Dat dicteren de ‘vrijhandelsakkoorden’, wat vertaald kan worden als ‘het recht van de sterkste’. Landbouw is sindsdien een ‘exportlandbouw’ geworden.