Ga naar de inhoud

Voor Xander, onze relatief nieuwe collega, was bodem iets waarop we rondlopen en waar planten in groeien. Ook voor veel lezers is bodemgezondheid iets nieuws. In een eerste interview deelde agro-ecoloog Jeroen al graag zijn inzichten. Maar hoe kunnen dieren ingezet worden voor gezonde bodem? Hoe komt het dat zoveel kennis verloren is gegaan? En wat kunnen mensen zelf doen? Genoeg vragen voor een tweede interview.

Foto: Meerjarig graan (links) en éénjarige tarwe (rechts). Bemerk het enorme verschil in bewortelingsdiepte (en koolstofopslag). Profieldiepte van 2,5 meter. Foto: Jim Richardson, bron: Land Institute

Lees ook: ‘Bodem is een levend organisme met herstellende krachten. We moeten daar zorg voor dragen’

Bedankt Jeroen al voor de vele inzichten in ons gesprek. Maar ik zit dus nog met vragen. Als eerste: hoe kunnen dieren ingezet worden om de bodem extra gezond te maken. Hoe werkt dat? Ik dacht net dat vee veel schadelijke gassen uitstootte?

Wel, vooral herkauwers kunnen nuttig zijn voor bodemherstel Herkauwers zijn eigenlijk levende, rondlopende fermentatietanks. Dus die gaan een deel van de biomassa, de planten, afgrazen en in een systeem met vier magen omzetten naar waardevolle meststof. En die waardevolle meststof zit idealiter vol met goedaardige organismen voor de  bodem. 

Die herkauwers gaan hun meststoffen los van de urine op het land brengen en dat zorgt voor minder uitstoot naar de buitenwereld. Als je urine los van vaste mest toedient op het land dan krijg je niet de ammoniak problematiek. Het verhaal is complexer dan dat, maar dat is een belangrijk element. Dus die herkauwers gaan eigenlijk zorgen voor een diversificatie van het bodemleven door inoculatie via de mest…

Oei, wat is inoculatie? 

Het enten van microben in de bodem via de mest. Dus herkauwers gaan hun gevoeg doen op de bodem en die mest bevat  veel microbiële activiteit. Een deel daarvan kan in de bodem sijpelen en daardoor verteringsprocessen en bodemvorming bevorderen. 

Terwijl ze dat doen, die herkauwers, produceren ze ook nog eens melk en/of vlees. In het beste geval is het dubbeldoel: zowel melk als vlees. En dat is eigenlijk de ideale situatie. Dat je tegelijkertijd bodemvruchtbaarheid opbouwt en geen beroep moet doen op kunstmest. Want kunstmest is vrij nefast voor het bodemleven, zeker in de dosissen die momenteel worden toegediend. 

Kunstmest verbrandt een stuk de humus die er is. Humus is een ander woord voor organische stof of koolstof in de bodem. Als je te veel kunstmest toedient, dan gaan planten energie moeten steken om die kunstmest tot aminozuren te maken, wat de bouwstenen zijn van eiwitten. En de energie daarvoor kunnen ze dan niet meer steken in gezond worden. Terwijl bij dierlijke meststoffen, daarom zijn dieren ook wenselijk in een landbouwsysteem, zijn het geen minerale substanties die planten voeding geven, maar complexere organisch gebonden substanties. En die worden gemakkelijker via het bodemleven doorgegeven aan planten. 

Dus dierlijke mest is eigenlijk beter voor planten dan kunstmest. Maar er zijn heel wat randvoorwaarden. Dierlijke mest van dieren die krachtvoer krijgen, is minder in kwaliteit en bevat meer ammoniak dan dierlijke mest van dieren die enkel gras eten. In dierlijke mest zijn er zeer veel kwaliteitsverschillen. 

Ok ok, ik heb al veel bijgeleerd over bodem. Jij weet er veel over, je werkt ook aan een bodemdossier voor de sector omdat er veel kennis verloren is gegaan. Hoe komt dat?  Was er vroeger meer parate kennis of waren ze meer met bodem bezig? 

Dat is een interessant verhaal, vind ik zelf. Want voor de Eerste Wereldoorlog wisten we vrij goed dat planten vrij complexe nutriënten konden opnemen. En dat het bodemleven belangrijk is en voor gezonde planten zorgt. Maar er is veel veranderd door de komst van kunstmest, dat als wondermiddel werd voorgesteld. 

Een zekere chemicus Justus von Liebig, is de uitvinder van kunstmest. Hij heeft een heel complex begrip dat er in de wetenschap was, gereduceerd, gesimplificeerd tot NPK-denken: als je planten N (stikstof), P (fosfor) en K (kalium) verschaft, maakt niet uit onder welke vorm, kunstmest bijvoorbeeld, dan gaan die goed groeien. En het effect was inderdaad dat planten ineens beter groeiden en groener werden bij het toedienen van minerale stikstof. Maar die planten werden tegelijk ook zwakker. 

Ondanks het feit dat planten zwakker werden, is men toch in die kunstmest beginnen geloven. Dan in 1920, na de Eerste Wereldoorlog kwam het crisisbesef, zelfs bij zeer vooraanstaande agronomen en later ook bij Van Liebig zelf. ‘We hebben ons miskeken. We zijn te optimistisch geweest. We weten niet hoe het werkt. En we stellen vast dat bodems verzuren door te veel kunstmest’. Maar ondertussen waren er al te veel economische belangen mee gemoeid. Het NPK-denken was veel simpeler en bracht veel geld op. Dat leidde tot een kenniserosie.

Men is alles heel eng chemisch gaan bekijken. De bodems verzuurden, werden dus ziek, en dan begon men met pesticiden. Net als een dokter geneesmiddelen voorschrijft voor een zieke patiënt. 

Dus kunstmest maakte de bodem zwakker en dan zijn we pesticides gaan gebruiken?

Dat was het logisch gevolg. Omdat er zwakkere planten kwamen, die allerlei pesticiden nodig hadden. Maar daardoor ging de gezondheid van onze bodem en ons voedsel er nog meer op achteruit. 

Ook geen gezonde situatie is dat de bedrijven die pesticiden produceren dan de zaadsector hebben opgekocht. Dus vandaag komen pesticiden en zaad van hetzelfde bedrijf. Dat is geen gezonde situatie noch in de diversiteit in het aanbod van zaden, noch voor de kwaliteit van die zaden. Want de bedrijven die gifstoffen verkopen, hebben er eigenlijk belang bij om ongezonde planten te verkopen. Zo kunnen die gifstoffen als een soort pakket samen verkocht worden. Maar dat is een beetje een andere problematiek dan de bodemproblematiek. Al hangt het allemaal wel samen.

Hoe komt het eigenlijk dat jij zo geïnteresseerd bent geraakt in bodem? 

Ik ben afgestudeerd als bosbouwer. Als bosbouwer moet je op lange termijn denken, want bomen groeien nu eenmaal niet in één seizoen. Als je op lange termijn begint te denken, ben je ook met duurzaamheid bezig. Tijdens mijn opleiding en tijdens excursies kreeg ik te horen: ‘Echte goede natuurbeheer en bosbouw kunnen we hier niet doen want er is te veel schadelijke invloed van de landbouwsector die ernaast ligt. Dat wrong bij mij. Hoe kunnen we nu een voedselvoorziening organiseren die schade berokkent aan onze natuur, terwijl we afhankelijk zijn van onze natuur? Dat zorgde ervoor dat wat ik in mijn bosbouw opleiding heb geleerd, wou verbinden met de landbouwsector. 

De scheiding tussen voedsel produceren, wat we vaak op een afbrekende manier doen, en de opbouwende zorg voor natuur en milieu via bosbouw en natuurbeheer vind ik niet logisch. Kunnen we gewoon niet alles opbouwen? Want er is al heel veel kapotgegaan, veel biodiversiteit verloren, veel bodemdegradatie in Europa.

Driekwart van de bodems in Europa is in kwalitatief slechte toestand. Meer dan 90% van onze gangbaar bewerkte bodems wordt elk jaar dunner. Op een bepaald moment stopt dat en hebben we geen bodem meer. Dat zijn dramatische vaststellingen. Nochtans heb ik pioniers leren kennen die tonen dat je bodems weer kan opbouwen, biodiversiteit herstellen én voedsel produceren. Allemaal  tegelijkertijd. Dat heeft mij enorm geïnspireerd en daarom ben ik mij daarin aan het vastbijten. Eerst in agroforestry, dan in eiwitteelten, en de rol van herkauwers en nu, als basis van de agro-ecologie, in bodem. 

Misschien een laatste vraag om af te sluiten: kunnen mensen die bezorgd zijn over bodems zelf iets doen?

Dat hangt ervan af hoe ver je staat van de voedselproductie. Alhoewel, niemand staat er heel ver van want iedereen eet wel een paar keer per dag. Dus eigenlijk kan je in je engagement naar het voedselsysteem, af en toe een aantal keuzes maken. De meest simpele tip is: koop of eet walnoten of begin dat meer te eten. 

Walnoten? 

Walnoten, hazelnoten of grasvlees (vlees van grasgevoederde dieren). Ga voor producten van meerjarige gewassen. Alles wat meerjarig is, is beter voor de wereld. Hoewel het niet zo zwart-wit is: cashewteelt bvb. kan ook zeer destructief zijn helaas en met immense waterverspilling. Maar over het algemeen: hoe langer de plant blijft staan, hoe minder bodemverstoring je hebt. En, verder dan in je eetpatroon: als je een tuin hebt, moet die wel verhard zijn? Je kan water later infiltreren in de bodem in plaats van een terras aan te leggen. Laat duizend bloemen bloeien in je tuin, maai niet te veel. Dat zijn wat praktische tips voor tuinhouders.

Maar het voedselsysteem gaan we als individuen niet meteen kunnen veranderen natuurlijk. Wil je nog meer doen? Sluit aan bij een vzw zoals Wervel, De Landgenoten of Voedsel Anders. Engageer je in een samenwinkel waar de coöperanten gaan kijken naar waar het eten vandaan komt. Bouw een relatie op met diegene die je voedsel produceert. 

Dit is eigenlijk de belangrijkste tip. Leer bij over waar je voedsel vandaan komt en hoe boeren te werk gaan. Doe eens mee aan een activiteit van Wervel bijvoorbeeld of van de Landbouwbrigades

En nog een laatste mooi advies dat ik eens hoorde: zoek jezelf een boer als dokter. Want een boer die goed bezig is, produceert zodanig gezonde gewassen dat je eigenlijk aan preventieve gezondheidszorg doet. 

Lees ook: ‘Bodem is een levend organisme met herstellende krachten. We moeten daar zorg voor dragen’

Wil je meer verdieping of wetenschappelijke referenties? Bekijk het bodemdossier.