Ga naar de inhoud

In mei trok onze collega Jeroen naar Sardinië. Niet op vakantie maar om er het EURAF congres bij te wonen. Van over heel de wereld verzamelden onderzoekers en agroforestry enthousiastelingen er om elkaar te leren kennen en om inzichten en kennis uit te wisselen. Welke inzichten over agroforestry deed Jeroen daar op? Dat vertelt hij graag in deze terugblik van een inspirerend congres.

Agroforestry of boslandbouw is een landbouwsysteem waarbij bomen met gras-, akkerland of landbouwdieren op hetzelfde perceel gecombineerd worden. Die landbouwmethode heeft economisch en ecologisch grote voordelen. Vandaag gaan gelukkig meer en meer boer.inn.en ermee aan de slag.  Je leest er hier meer over.

De Europese Agroforestry Federatie brengt onderzoekers, en andere agroforestry enthousiastelingen samen. Daar zijn ook heel wat boeren bij, gek genoeg vooral in Duitsland, waar het areaal agroforestry erg klein is. Intussen bestaat EURAF tien jaar. Wervel richtte EURAF mee op. Naast lobbywerk bij de Europese instellingen en nationale overheden is een belangrijke missie van EURAF om kennis uit te wisselen en onderzoek te promoten. Dat gebeurt oa. met een 2-jaarlijkse conferentie. De eerste, die Wervel faciliteerde, vond plaats in Brussel in 2012, nadien kwamen we samen in Cottbus (DE), Montpellier (FR), Nijmegen (NL), en afgelopen maand dus in Nuoro (IT) op Sardinië. In 2024 verzamelen we in Brno, Tsjechië.

Waarom een agroforestry congres in Sardinië?

Je kan je vragen stellen bij het organiseren van een conferentie in een eiland in het midden van de Middellandse Zee, maar toen de Italiaanse leden van de Europese Agroforestry Federatie in 2018 voorstelden om het EURAF congres op Sardinië te organiseren, was dat niet toevallig. Sardinië is één van de meest bosrijke regio’s en heeft een terroir dat nauw aansluit bij traditionele agroforestrysystemen. Zoals bij de meeste conferenties, gebeurt het echte (net)werken tussen de presentaties door. Terugblik op een week tussen de agroforestry incrowd.

De provincie Nuoro heeft een diversiteit van landschappen en voedselsystemen die uniek zijn: er zijn de meriagos met kurkeiken en schapen, het complexe mozaïeklandschap met weiden, stukken bos met varkens en herkauwers, wijngaarden, kastanjeboomgaarden met geiten en olijfgaarden. Er is cultureel en culinair erfgoed dat onlosmakelijk verbonden is met het beheer van pastorale landschappen. Zo opende de conferentie met polyfone zangers die de herderscultuur bezingen. Gekleed als bosbeheerders verdedigden vier zangers hun plekje op de  Werelderfgoedlijst. Tot het culinair erfgoed behoren dan weer de schapenkaas Fiore Sardo, in schapenbouillon gekookte pasta filindeu, koekaas Casizolu, en likeur op basis van mirte, een groenblijvende struik.

Adaptief roterend begrazen: terreinbezoek

De daguitstap blijft het meeste bij. Landbouwer Nanni Caratzu experimenteert op de boerderij Elighes Uttiosos met adaptief roterend begrazen. Hij werd benaderd door onderzoekers binnen het Life Regenerate project om te experimenteren. Bij aanvang was hij vrij sceptisch of het zou werken. Het gangbaar beheer met het Sardijnse runderras Bue Rosso is een soort standbegrazing, heel extensief: ongeveer 1,1 koe per hectare. Toch was Nanni bereid te experimenteren. Op een controledeel paste hij het gangbaar beheer toe, op een ander stuk dat werd opgedeeld in verschillende kleinere percelen verplaatste hij de kudde regelmatig van weide. Na enkele maanden zag hij dat er een betere benutting was van het gras bij het omweiden. Hij wil nu het controlegebied ook opdelen in percelen. Jammer voor de onderzoekers, maar wel bewijs dat hij erin gelooft. Er blijft weliswaar nog veel ruimte voor verbetering, door de percelen nog kleiner te maken en intensiever te roteren. Zo kan de bodem sneller herstellen, de biodiversiteit toenemen en kunnen de inputkosten verder dalen. Ook de met truffelsporen geïnoculeerde steeneiken hebben nog wat tijd nodig om een nieuwe bron van inkomsten te worden in het silvopastorale landschap (vorm van agroforestry waarbij het vee tussen bomen graast en hierdoor minder stress van bijvoorbeeld warmte, koude en wind ervaart).

Wetenschappelijk is bewijsvoering duidelijk: agroforestry wint

Naast de daguitstap bij landbouwers Caratzu blijven toch ook enkele inspirerende presentaties hangen. Eentje van Andrea Schievano van het Joint Research Centre van de Europese Commissie. De onderzoeker analyseerde 29 wetenschappelijke studies waarin agroforestry-systemen werden vergeleken met conventionele landbouw. Elke meta-analyse vatte de resultaten samen van 3 tot 140 onderzoeken. Alle resultaten toonden aan dat agroforestry meer bijdraagt ​​dan conventionele landbouw. Agroforestry was beter op de volgende gebieden: 

  1. Het vergroten van de vastlegging van koolstof in de bodem
  2. Het verbeteren van de biodiversiteit en het vergroten van het aantal bestuivers
  3. Het verminderen van ziekten en plagen in de landbouw
  4. Het vergroten van het waterhoudend vermogen van de bodem
  5. Vermindering van erosie
  6. Vermindering van de uitstoot van broeikasgassen. 

Bovendien kunnen boslandbouwsystemen evenveel of soms zelfs meer gediversifieerde producten per hectare produceren in vergelijking met conventionele landbouw. Hoeveel meer of minder agroforestry oplevert, hangt echter af van veel verschillende factoren, zoals het klimaat, de bodem en welke gewassen en welke houtige planten in het systeem worden gebruikt. De beleidsambitie voor agroforestry mag dus zeker en vast sterk omhoog.

“Discours van agroforestry promotors is zo gestandaardiseerd als een maïsveld”

Wat zeker bijblijft is de bijdrage van Geneviève Laroche van de Université Laval en collega’s, die binnenkort het Wereld Agroforestry congres organiseren in Québec, Canada. Zij keken kritisch naar het discours dat degenen die agroforestry promoten, gebruiken. Meerbepaald of dat discours wel aansluit bij de eigen waarden en idealen. Ze onderscheiden vier verschillende discours, maar stellen vast dat vooral het ‘productieve’ en ‘utilitaire’ discours naar boeren toe worden gebruikt. Die leggen de nadruk op het bedrijf, op duurzaamheid, op de belangen van de boer en op de milieu-impact en ecosysteemdiensten. Vooral de dimensie van het verdienmodel achter agroforestry, de homo economicus dus.

Dat wringt wat met de twee andere discours die promotors van agroforestry er voor zichzelf ook op nahouden. Bijvoorbeeld dat van het ‘continuum’ waarin het ideaal van levende landschappen en gemeenschappen primeert, en wat schoonheid en welzijn nastreeft. Of het ‘natuurlijk’ discours, wat een bewustzijnsverandering of zelfs agro-ecologische revolutie impliceert die landbouw en natuur opnieuw met elkaar verbindt, en de mens ziet als onderdeel van ons planetair ecosysteem. De onderzoekers roepen op om de diversiteit in de verschillende discours te omarmen en ons niet te beperken. Dit pleidooi is heel pertinent. Ik herken het overigens ook in de brochure die oa. Wervel maakte waar pioniers agroforestry zelf aan het woord zijn. Hun drijfveren voor agroforestry zijn inderdaad heel breed en divers.

Het geheel aan diverse indrukken en perspectieven om naar agroforestry te kijken op zo’n week lange conferentie laat zich niet makkelijk samenvatten. Belangrijk zijn de nieuwe netwerken die zich ontwikkelen tussen pot en pint, het kruisbestuiven van wederzijdse passies in de koffiepauzes en de energie die vrijkomt daarbij. Hopelijk kan dat allemaal bijdragen aan de groei van agroforestrysystemen in heel Europa de komende jaren. Zodat de CO2-uitstoot van de congresgangers opgevangen wordt met agroforestrybomen.