Ga naar de inhoud

Langs de drukke Noorderring, de verbindingsweg tussen Ieper en Poperinge, zie je ze van ver: de kudde mooie, vreedzaam grazende rode koeien. Ze horen bij Joël en Martine Bulckaert, die het ‘West-Vlaams rood’ al 40 jaar fokken. In al die tijd bleven ze het ras trouw en was er geen grote uitbreiding. “Het ras is in de vergeethoek geduwd, ondanks alle voordelen.”

Joël en Martine Bulckaert, fokkers van het West-Vlaams rood-koeienras in Vlamertinge deelden hun verhaal voor de tweede editie van de brochure ‘Goed Boeren‘. Foto’s: © Teja De Prins

Joël en Martine kunnen hun liefde voor het oude ras moeilijk verbergen. “Het is een erg robuust ras dat makkelijk gras omzet in melk. Extra krachtvoer is niet nodig. De veearts zien we hier veel minder dan wat we horen van veel andere bedrijven. Antibiotica zijn zelden nodig en klauwproblemen of schurftaandoeningen komen vrijwel nooit voor.”

Maak plaats voor de dikbilkoe

West-Vlaams rood wordt zowel voor het vlees als voor de melk gefokt en is dus een ‘dubbeldoelkoe’. Martine: “We produceren vooral melk voor Milcobel. Kalfjes verkopen we soms voor het vlees, maar tegenwoordig gaan ze meer naar liefhebbers die ermee willen kweken. Vroeger liepen de weides vol met koeien van dit ras, maar met de opkomst van de Holstein – een melkkoe – en het Belgisch witblauw – de dikbil –, is dat gedaan.”

Voor de opkomst van de moderne landbouw en zijn hang naar efficiëntie betaalde het West-Vlaams rood een zware prijs. Het ras kende de laatste decennia een steile achteruitgang: Joël en Martine zijn bij de laatste vertegenwoordigers van het West-Vlaams rood in België. 

Martine Bulckaert: “Wij streven naar zoveel mogelijk natuurlijke kalving. Bij de dikbil gebeuren alle kalvingen via keizersnede”

Hun verontwaardiging over die achteruitgang is groot. “Het is niet eerlijk”, vindt Joël. “De premies voor ons rode ras zijn even hoog als die voor de dikbillen, die puur gekweekt worden voor het vlees. Zij moeten dus niet zoals wij melkcontroles doen of geboortegegevens bijhouden. Bovendien is de dikbil een erg kunstmatige koe. Wij streven naar zoveel mogelijk natuurlijke kalving, bij de dikbil gebeuren alle kalvingen via keizersnede.” 

Joël en Martine zien dat het ook anders kan: “In Frankrijk steunt de overheid lokale rassen. We hebben regelmatig Fransen over de vloer die interesse hebben om met ons ras te kweken. Het is jammer dat de overheid bij ons zoveel premie geeft voor het Belgisch witblauw.”

Bewust kleinschalig

Niet alleen in hun raskeuze, maar ook qua schaal weerstaat het boerenkoppel aan de druk van buitenaf. Het erf van de Bulckaerts is relatief klein. Voor geen enkele investering stak het koppel zich diep in de schulden. Waar het knappen Joël en Martine gebouwen zelf op. Zo bouwde Joël een oude zeugenstal om tot melkstal. 

Aan subsidies hebben de Bulckaerts geen boodschap. “Dan word je gedwongen om enorme investeringen te doen in grotere stallen en grotere machines”, zegt Joël. “Ik zit hier vaak aan de ontbijttafel en zie een buurboer aardappelen vervoeren naar een grote producent van diepvriesaardappelen. In die tractor heeft hij zeker 250.000 euro geïnvesteerd. Vier uur later zie ik hem terugkeren. Hij is dus een hele voormiddag weggeweest en kon geen werk doen op de boerderij, heeft torenhoge benzinekosten… en voor wat? Uiteindelijk verdienen ze daarmee niet meer dan ons.”

Wat je zelf doet …

Ook op vlak van voedselvoorziening voor hun dieren bewandelt het koppel een niet-traditionele weg. Voor Joël en Martine geen duur voeder met allerlei bijproducten. “Ik ben geen voorstander van het opdrijven van de melkproductie via allerlei truken van de foor die uiteindelijk enkel de portefeuille van de veevoederhandelaars dienen”, zegt Joël. 

Martine Bulckaert: “Ik ben geen voorstander van het opdrijven van de melkproductie via truken die enkel de portefeuille van de veevoederhandelaars dienen. We kweken ons voeder zelf”

“Hier gaan de koeien zoveel mogelijk op de wei om zelf te grazen. Voor de rest werken we met simpel voeder dat we zelf kweken. Soms moet ik wat maïs en perspulp bijkopen, maar veel is dat niet. Met de huidige prijzen voor veevoeder is het een extra voordeel om zo zelfvoorzienend mogelijk te zijn. We doen alles zo natuurlijk mogelijk en zorgen er ook voor dat we geen mestoverschot hebben. Alles wordt zo veel mogelijk hergebruikt op het bedrijf, ik moet niks wegvoeren. Voor ons dus ook geen burenregeling.” 

Het einde van een ras 

De toekomst van het bedrijf oogt helaas somber. Martine: “We hebben kinderen, maar die hebben geen interesse in de overname van het bedrijf. Met hoe de landbouw tegenwoordig in elkaar zit, zal het West-Vlaams ras hier heel waarschijnlijk uitsterven. We proberen er niet teveel van wakker te liggen, maar het zal toch pijn doen als we het ras hier zien verdwijnen.”

Deze tekst kadert in de tweede editie van de brochure ‘Goed Boeren’, waarin Wervel samen met de lidorganisaties van Voedsel Anders en met Boerenforum creatieve boeren en boerinnen aan het woord laat. De publicatie verschijnt midden oktober. Vraag gerust jouw gratis exemplaar aan! Via ineke@wervel.be. Dit interview werd afgenomen door Thijs Calu van Reset.Vlaanderen.