Ga naar de inhoud

20 jaar geleden kochten voormalig opvoeder Ann en ergotherapeut Tom een huis met enkele stallen en aangrenzende velden. Tom erfde ook een stuk landbouwgrond van zijn ouders, gepensioneerde melkveehouders. Ze startten met enkele schapen en kweekten ze voor het vlees, maar toen de kinderen kwamen, voelde het niet langer goed de dieren groot te brengen om ze te doden. Het koppel stapte over op melkschapen en startte met thuisverkoop van hun melk, kazen en ijs. Het Nijswolkje was geboren.

Ann Geys en Tom Nijs van Het Nijswolkje in Rilaar deelden hun verhaal voor de tweede editie van de brochure ‘Goed Boeren‘. Foto’s: © Teja De Prins

Ann en Tom kozen voor schapen vanuit praktische overwegingen. Ann: “In tegenstelling tot koemelk of geitenmelk, wordt schapenmelk in België niet periodiek opgehaald door een zuivelfabriek. Als schapenmelkerij heb je dus twee keuzes: je kiest om én boer te zijn én het zelf te verwerken of je zoekt een kleine verwerker die de melk komt ophalen en er iets mee maakt. Daarom zijn er zo weinig schapenmelkerijen in België.”

“Er zijn geen zuivelfabrieken voor schapenmelk. Dus verwerken we onze melk zelf”

Het koppel produceert nu zo’n 800 liter melk per week. Ann: “We verwerken alles zelf tot vaste kaas, verse kaas, ijsjes en melk, … Boter maken we niet, omdat daar te veel afval bij komt kijken. We moeten kiezen wat we produceren omdat we geen buffer aan melk kunnen bijhouden.”

Bij Het Nijswolkje doen ze zo goed als alles met z’n tweeën. Tom werkt nog halftijds als ergotherapeut, omdat er ook elk jaar een periode is dat Het Nijswolkje beperkte inkomsten heeft. Ann: “Wij starten met melken midden februari als er lammetjes zijn en stoppen begin december wanneer de schapen drachtig zijn. Door hen dan niet te melken hebben we sterkere ooien en betere lammetjes.”

Zoektocht naar de juiste voeding

Het koppel kweekt zelf eten voor de schapen zodat ze alles zelf in de hand hebben en de keten nog korter wordt. Het wetenschappelijk onderzoek over schapen, en zeker over welke voeding het beste is voor melkschapen, is echter beperkt. Ann: “We zijn samen met onze dierenarts beginnen zoeken naar voeding met voldoende eiwitten. Dieren die gemolken worden, hebben veel eiwitten nodig. We willen geen soja geven, tenzij die in België wordt gekweekt, maar daar beginnen we zelf niet aan. Wij telen ondertussen alle voeding voor onze schapen zelf: graan, gerst, gras … en daarnaast ook voederbonen, spelt en luzerne als ruwvoeder.”

Geen bio

Ann en Tom willen van Het Nijswolkje een biobedrijf maken, maar momenteel is dat nog niet haalbaar. Ann: “Het is niet makkelijk de voeding van de schapen biologisch te kweken. Onze velden werden altijd traditioneel bewerkt en die velden biologisch maken duurt sowieso enkele jaren. Heel veel in ons bedrijf is wel bio, maar die ene schakel is nog tamelijk klassiek. We zetten wel zoveel mogelijk vlinderbloemigen en vogelgewassen en ploegen niet al onze velden.”

“Het zou helpen als iemand ons kant-en-klaar kan zeggen wat we moeten doen om bio te worden”

Ann: “Het zou ons helpen als iemand onafhankelijk advies en trajectbegeleiding op maat zou geven. En ons kant-en-klaar zegt wat we moeten doen om bio te worden. Infosessies of webinars zijn vaak te algemeen of toegespitst op groenten verbouwen voor menselijke consumptie. En wij verbouwen enkel dierenvoer. Op dit moment heb ik geen idee of daarvoor andere regels van kracht zijn. Wij vinden onze weg niet in de regels.” 

Meer dan een boerderij

Ann en Tom noemen zichzelf geen boeren pur sang. Ann: “Wij willen het wat socialer houden. We blijven dromen. Of je nu 8 of 80 bent, ik vind dromen heel belangrijk. Maar we werken ook graag, we blijven niet in ons bed dromen. En we willen dat anderen ook kunnen dromen.” 

“Het is belangrijk te blijven dromen”

Een droom van het koppel is van de boerderij een plek te maken waar jongeren zich thuis voelen en kunnen meewerken. Ann: “Tom heeft lang gewerkt met mensen met een beperking en ook ik heb 20 jaar gewerkt met jongeren met een lichte mentale beperking en uit gezinnen waar minder warmte aanwezig was dan zou moeten. Die achtergrond gebruiken we om Het Nijswolkje als zorgboerderij uit te baten.”

Op het terrein zijn dus ook jongeren in de weer. Ann: “We begeleiden een aantal jongeren, onder andere met mentale beperkingen of die het lastig hebben in de maatschappij. Waar het niet lukt in de reguliere arbeidsmarkt of op school, gaat het hier vaak vanzelf. En dat is zeker niet omdat ze hier minder hard moeten werken!”

Deze tekst kadert in de tweede editie van de brochure ‘Goed Boeren’, waarin Wervel samen met de lidorganisaties van Voedsel Anders en met Boerenforum creatieve boeren en boerinnen aan het woord laat. De publicatie verschijnt midden oktober. Vraag gerust jouw gratis exemplaar aan! Via ineke@wervel.be. Dit interview werd afgenomen door Kevin Vits van Voedselteams