De aardappelberg toont hoe weinig controle boeren nog hebben
De aardappelloodsen liggen vandaag vol. Honderdduizenden ton aardappelen wachten op een koper die misschien nooit komt. Tegelijk krijgen de boeren voor volgend seizoen contracten die veel minder volume vragen. Voor veel telers dreigt een harde klap. Dat las ik de voorbije week op VRT NWS, in VILT en via heel wat kanalen op sociale media.
Het debat dat erop volgt, klinkt bekend: de positie van boeren in de keten moet versterkt worden. Dat klopt. Maar het gaat zelden over de fundamentele vraag: waarom hebben boeren zo weinig controle over wat ze telen, voor wie ze telen en tegen welke prijs?
Die aardappelberg is geen toeval. Hij is het logische resultaat van een landbouwmodel dat boeren steeds dieper in een industriële keten duwt.
Landbouw die voor de fabriek produceert
Ik schreef er vorig jaar nog een stuk over, naar aanleiding van de Pano-reportage over de aardappelteelt in West-Vlaanderen. Die aardappelteelt is steeds meer afgestemd op de noden van een handvol grote verwerkers. Rassen, volumes, teelttechnieken en timing worden grotendeels bepaald door contracten en de verwachtingen van de frietindustrie.
Voor boeren lijkt dat zekerheid te bieden. Maar in werkelijkheid verschuift het risico naar het veld. Zodra de internationale vraag hapert of de productie te hoog ligt, blijven boeren achter met overschotten en kelderen de prijzen.
Boeren produceren, maar anderen bepalen het wat en hoe.
Agro-ecologie vertrekt van een andere logica
Agro-ecologie – zoals beschreven in de 13 principes – vertrekt van een heel ander uitgangspunt: landbouwsystemen moeten veerkrachtig zijn, divers en ingebed in hun lokale omgeving.
Een aantal van die principes raakt rechtstreeks aan de huidige crisis.
- Diversificatie: landbouwbedrijven die afhankelijk zijn van één teelt voor een exportmarkt lopen enorme risico’s.
- Lokale economie en korte ketens: hoe verder voedsel moet reizen, hoe groter de afhankelijkheid van grillige wereldmarkten.
- Co-creatie van kennis: boeren die experimenteren en samenwerken bouwen eigen strategieën op, in plaats van enkel productieschakels te zijn.
- Sociale waarden en rechtvaardigheid: een landbouwsysteem moet boeren een eerlijk inkomen en beslissingsmacht geven.
In dat licht is de aardappelberg geen incident, maar een symptoom van een systeem dat economische efficiëntie boven veerkracht heeft geplaatst.
Prijs en keuzes terug naar het erf
Een agro-ecologische landbouw betekent niet dat aardappelen verdwijnen. Integendeel. Maar het betekent dat boeren opnieuw meer autonomie krijgen over hun productie en hun markt.
Dat kan bijvoorbeeld door:
- meer diversificatie op bedrijfsniveau
- lokale verwerking en afzet in plaats van exportafhankelijkheid
- sterkere boer-consumentrelaties
- en vooral: prijzen die niet enkel door de industrie worden bepaald
Vandaag wordt de aardappelteelt vaak georganiseerd rond maximale volumes voor een wereldmarkt. Agro-ecologie stelt een andere vraag: hoe organiseren we landbouw zo dat boeren zelf opnieuw richting geven aan hun bedrijf?
De echte les van de aardappelberg
Wanneer voedsel onverkocht blijft liggen, lijkt dat een productieprobleem. Maar het is in de eerste plaats een organisatieprobleem van het voedselsysteem.
We hebben een landbouw gebouwd die perfect is afgestemd op de noden van de industrie, maar veel minder op de noden van boeren, landschap en samenleving.
De aardappelberg is dus geen ongeluk.
Ze is een waarschuwing.
Als we boeren werkelijk een sterke positie willen geven, dan moeten we niet alleen contracten aanpassen. We moeten het landbouwmodel zelf herdenken met agro-ecologische principes als bouwstenen en met boeren opnieuw aan het stuur van hun eigen bedrijf.