Wat leerden we bij Het Bolhuis?
Op zaterdag 15 november gingen we op bezoek bij Het Bolhuis in Diest, waar boer Kurt Sannen ons meenam op zijn boerderij. We delen vijf geleerde lessen:
- Luc Vankrunkelsven was een drijvende kracht voor boeren die het anders wilden aanpakken. Hij bracht agro-ecologie tot leven in het werk van Wervel, verdiepte onze inzichten in noord-zuidverhoudingen en zette de Cerrado op de kaart.
- Tegelijk blijft het opvallend hoe belastinggeld vandaag dubbel wordt ingezet. Eerst wordt er via het GLB meegedragen in de investering in zogenaamde duurzame megastallen. Daarna vloeit opnieuw publiek geld naar de uitkoop van landbouwers omdat deze stallen te dicht bij Europees beschermde Natura2000-gebieden staan.
Het verhaal van de buurman van Kurt illustreert dat. Hij startte ooit met enkele loslopende biggen, maar voelde zich genoodzaakt om op te schalen naar een gesloten stalsysteem om te blijven concurreren op de wereldmarkt. Uiteindelijk werd hij uitgekocht en werd zijn terrein omgevormd tot natuurgebied. De littekens die achterblijven zijn zichtbaar. Voedselrijke bodems die overwoekeren met bramen en brandnetels, verstoorde bodems waar varens domineren, en het verdwijnen van soorten zoals dop- en struikheide, zandblauwtje en zompsprinkhaan. - In agro-ecologie staan kringlopen centraal. Toch wordt er in verschillende sectoren anders naar gekeken. In de natuursector blijft de stikstofcyclus vaak beperkt tot het verhaal van neerslag uit geïmporteerde veevoeders voor megastallen. Die stikstof leidt tot verruiging en het verdwijnen van zeldzame soorten. De klassieke maaiaanpak blijft echter een lineair systeem waarin takken, gras en bladeren worden beschouwd als restproducten. Door dieren in te zetten om dit overschot aan biomassa om te zetten in waardevolle voeding ontstaat wel een echte kringloop. Zo komen natuurbeheer en voedselproductie opnieuw samen en blijven er geen reststromen over.
- Vee is bovendien veel diverser dan vaak wordt gedacht. Niet alle dieren zijn grazers die uitsluitend gras eten. Sommige soorten, zoals geiten, verkiezen vooral zacht houtig materiaal en boombladeren. Ook binnen de groep grazers bestaan verschillen. Koeien trekken met hun tong ook de wortels mee, terwijl schapen en paarden oppervlakkiger afbijten. Die variatie is een belangrijk onderdeel van goed graslandbeheer.
- Wanneer dieren de ruimte krijgen in een natuurlijke omgeving komt hun gedrag opnieuw tot uiting. Dat gedrag wordt ook doorgegeven aan volgende generaties. Zo vormen runderen soms een kalvercirkel wanneer er te veel bezoekers in het gebied zijn. In andere situaties duidt de kudde spontaan een koe aan die de jonge dieren begeleidt terwijl de rest nieuwe weides verkent. Ze leren elkaar zelfs om niet de kortste maar de meest handige route te nemen naar nieuw grasland.
Deze activiteit werd mee mogelijk gemaakt dankzij stad Diest.