Een rundveebedrijf in Vlaanderen vandaag: geen kwestie meer van tientallen, maar wel van honderden stuks vee, tot meer dan duizend. Het lijkt er stevig op dat straks ook de rundveestapel op het platteland, net zoals de varkens en de kippen, in elke plattelandsgemeente geconcentreerd gaat zijn in hoogstens een handvol intensieve rundveehouderijen. Houdt de overheid dit tegen, of ondersteunt ze het?   

Vooral de economische context drijft de veehouders naar schaalvergroting na schaalvergroting. Wervel is gaan luisteren bij Tom en Leontine. (echte namen gekend bij Wervel) Hun boerderij is nog steeds een familiebedrijf, met twee extra vaste krachten in dienst. 

infographic Tom leontien

Tom rekent voor dat zijn ouders begin jaren ‘90 op hun melkveebedrijf een jaarproductie hadden van 130.000 liter, wat hen een arbeidsinkomen opleverde van € 0,30 per liter, hetzij € 39.000 arbeidsinkomen per jaar. Aan de marktcondities van vandaag, met gestaag toenemende kosten en stagnerende melkprijzen, is de marge veel scherper geworden en levert één liter melk nog amper €0,01 op aan arbeidsvergoeding. De productie is intussen wel gestegen tot 3.800.000 liter, maar desondanks is het totale arbeidsinkomen vandaag kleiner dan toen: €38.000. En ondertussen is de levenskost uiteraard wél blijven stijgen. 

Hadden ze een andere keuze dan de bedrijfsomzet immer en onbegrensd te laten toenemen? Om het aantal melkvee van een 50-tal in de jaren ‘90 uit te breiden tot een 1000-tal vandaag de dag? 

schaalvergroting

Schaalvergroting brengt vanzelfsprekend investeringen mee: grotere en modernere gebouwen, een grotere installatie voor het melken, grotere mengvoederwagens… Alles moet voortdurend meegroeien, zo ook de veestapel. In 2012 was er sprake van 550 stuks runderen. In 2015 werd de nodige bouwvergunning toegestaan voor uitbreiding tot 1200 stuks rundvee; de bevoegde overheid leverde hiervoor in april 2019 ook een milieuvergunning af.

Bij de inrichting van het bedrijf is er maximaal rekening gehouden met de verzuchtingen van de omwonenden. De voederkuilen zijn zover mogelijk van de straat verplaatst en er is aan een soort aarden omwalling en aan groen gedacht tegen geluids-, stof- en geurhinder. 

Toch kwamen een aantal omwonenden in het verweer en zo gingen de poppen aan het dansen. Daardoor ging de bevoegde minister eind 2019 in beroep tegen de reeds afgeleverde milieuvergunning.

Terug naar af?

De investeringen werden uitgevoerd volgens de afgeleverde bouwvergunning, de terugbetaling van de leningen loopt… Wat gebeurt er als de milieuvergunning in beroep wordt afgekeurd? Wie zal de leningen overnemen? En met de omwonenden is de situatie ronduit gespannen.

Geen overheidsinstantie komt er over de vloer om te helpen zoeken naar een oplossing of te bemiddelen met de buurt. Schaalvergroting was het mantra van de overheid; Tom en Léontine volgden dit om economisch leefbaar te blijven. Maar de spelregels werden drastisch aangescherpt in de loop van het spel – wàs het maar een spel! – en Tom en Léontine leven momenteel in de grootste onzekerheid, met veel stress en slapeloze nachten. 

Het grotere plaatje

Dit verhaal staat niet op zich. De kern van het probleem is de economische context. De veehouders moeten overeind blijven in een wereldmarkt die eigenlijk maar één spelregel kent: harde concurrentie. De marges zijn daardoor almaar kleiner en bovendien onstabiel. Schaalvergroting lijkt de enige overlevingsstrategie.

Op niveau van een dorp kan dit leiden tot conflicten met omwonenden. Deze kwamen er immers wonen voor de rust, de stilte, de natuur. In principe is een dialoog de eerste stap naar een echte oplossing, maar de nodige neutrale bemiddelaar is niet zomaar gevonden of beschikbaar.

De overheid speelt niet altijd een coherente rol: waarom eerst een bouwvergunning toekennen en een investeringsdossier met overheidssteun afsluiten, daarna een milieuvergunning toekennen… om enkele maanden later -weliswaar na klachten van omwonenden- als overheid in beroep te gaan tegen deze milieuvergunning?

Voorstellen voor een leefbare toekomst:

 Wervel verdedigt eerlijke prijzen en inkomens voor de boer. Een goede productprijs zorgt ervoor dat de producent niet gedwongen wordt om ten koste van het eigen welzijn en van de leefomgeving naar schaalvergroting te blijven streven.

De overheid moet via het markt- en prijsbeleid streven naar een verantwoorde, stabiele en faire marktprijs. Indien nodig moeten de internationale handelsregels aangepast worden. 

De uiteindelijke prijs van het voedingsproduct moet wel redelijk blijven voor de consument om een toegang tot gezonde voeding te garanderen voor iedereen. Daarom moeten ook de marges in de tussenhandel en de distributie bespreekbaar zijn.

Wervel verdedigt een ecologisch verantwoorde landbouw, die binnen de grenzen van de planeet blijft en herstellend werkt. Dit betekent dat een andere, gespreide en meer ecologische manier van veeteelt noodzakelijk is, net als een inkrimping van de huidige veestapel. Er dient daarom van overheidswege een plafond opgelegd te worden op de omvang van alle veehouderijen en de totale veestapel. 

Boeren moeten de nodige ondersteuning krijgen om meer ecologisch verantwoord te werken. Momenteel hangen hun leningen als een strop om hun nek. Het sociale en ecologische verhaal kan je niet los van elkaar zien. 

De overheid moet haar verantwoordelijkheid opnemen. Het is onrechtvaardig en onverantwoord om eerst spelregels op te leggen die de boer richting specialisatie en schaalvergroting duwen, om dan – eens de leningen aangegaan zijn – deze regels zonder meer te veranderen. Bijsturing is noodzakelijk, maar niet ten koste van de boer. Een mogelijke piste is de VLIF-steun. Vandaag gaat het gros van het VLIF-budget naar gespecialiseerde en op schaalvergroting gerichte bedrijven. Een omgekeerde beweging is noodzakelijk: een transitiefonds is nodig om boeren te begeleiden en om leningen over te nemen om faillissementen te vermijden. 

Geef een reactie