De wellicht meest bekende boer in de Verenigde Staten, Joel Salatin uit Virginia, zet in een energieke keynote speech zijn basismodel van de natuur uiteen. Hij past het model toe op zijn eigen landbouwactiviteit en is een aanhanger van polycultuur. Op een paar decennia vormde zijn familie een stuk stenige, onvruchtbare grond om tot het meest groene, vruchtbare stuk weiland van de streek. Zijn uiteenzetting baseert zich op zijn activiteit op de Polyface Farm in de Verenigde Staten, maar hij was op uitnodiging van enkele agro-ecologisten in Nederland eind 2016, omdat zijn inzichten evengoed gelden in Europa. Wervel vertaalde en ondertitelde de speech.

Klik linksonderaan de video op “Subtitles”, selecteer dan “Dutch” en klik daarna op de “CC” knop.

ecologische economie

Joel begint zijn uitleg met de stelling dat gloednieuwe, radicale ideeën niet altijd gemakkelijk ingang vinden. Mensen gaan er al te snel van uit dat ons landschap is zoals het altijd is geweest. Ooit was de aarde plat, bijvoorbeeld. Wat vandaag onbetwistbaar is, kan binnen 100 jaar onjuist blijken.

Om te ontdekken wat de grotere waarheid is, moeten we ons focussen wat we vandaag met zekerheid weten. Joel zet een stap achteruit en kijkt naar de ecologische economie. Hij leidt er een aantal universele waarheden uit af. Wat we bijvoorbeeld vandaag zeker weten, is dat een grond met veel regenwormen tot vruchtbaarheid leidt. Daarom hoeven we nog niet de exacte details van het functioneren van de regenworm te kennen.

Een andere universele waarheid, is dat een gezonde ecologie dieren nodig heeft. Veel dieren, en dieren die zich in die ecologie integreren. Als het aantal diersoorten vermindert, dan neemt het gezondheidsniveau van het ecosysteem af. Hoewel dit eigenlijk fundamentele kennis is, blijken politici, bankiers en economen dat blijkbaar toch niet altijd zo eenvoudig te vinden.

10 onveranderlijke basisprincipes…

Joel vat het essentiële model voor natuur in 10 onveranderlijke basisprincipes samen. Hij bekijkt die vanuit het perspectief van een kikker aan een poel en beschrijft wat die kikker pakweg 500 jaar geleden zou gezien hebben:

  1. Enkel dieren kunnen vruchtbaarheid verplaatsen naar hoger gelegen plaatsen. In de natuur verplaatst alles (dode bladeren etc.) zich altijd stroomafwaarts, naar beneden. Dieren zijn dus essentieel;
  2. Energie komt van nabij, niet van veraf. Water, wind, zon: alles zit in het systeem zelf;
  3. Koolstof beweegt zich niet al te ver in natuurlijke omstandigheden. Natuur stuurt geen gedroogde mest naar een ander continent. Gras valt gewoon plat waar het staat en vergaat ter plaatse;
  4. Hydratatie van het ecosysteem gebeurt ook ter plaatse. Lokale regen bepaalt de productiecapaciteit en de vegetatie;
  5. Seizoensgebondenheid bepaalt de biologische cyclus. Alle levenscycli onderwerpen zich aan de seizoenen. Als je toch tegen seizoenen ingaat, dan wordt het al snel moeilijk/duur;
  6. De wisselwerking tussen verstoring, enerzijds, en rust, anderzijds, beweegt de ecologie in een richting. Ecosystemen zijn niet statisch: ze veranderen constant (droogte, overstromingen…);
  7. Wat afval is voor het ene, is een grondstof voor het andere. Afval bestaat niet in de natuur, want alles heeft een functie. Natuur maakt geen vuilnisbelten;
  8. Lokale informatie drijft alle processen. Het volstaat te kijken naar de eigen lokale context;
  9. Een natuursysteem kent vooral vaste planten. Dat hoeft niet te verwonderen: vaste planten bewaren hun voedsel en energie in hun wortels en ruilen vervolgens met elkaar. Eenjarigen stoppen hun energie in hun zaden, dus zij halen energie weg uit de grond;
  10. Natuur kent geen monoculturen, maar enkel polyculturen. Diversiteit impliceert meerdere soorten. In landbouw is polycultuur vandaag nochtans verre van de norm.

… toegepast in het echt

Joel Salatin paste deze tien principes – met succes – toe op zijn landbouwactiviteiten:

  • Hij gaat uit van 25% bomen voor het landschap. Bomen dienen voor hout of als schuilplaats voor dieren. Het loof gebruikt hij als ondergrond om er de koeien ’s winters op te laten liggen. De koeien scheiden meststoffen uit, die zich met het loof vermengen. Zo ontstaat compost (met koolstofopslag). Tussen de lagen loof werkt hij mais in. Vervolgens komen varkens op dezelfde plek en zoeken ze naar de fermenterende mais . Door te wroeten, maken ze de compost aëroob. De varkens doen het werk in onze plaats en tegelijk voederen ze zichzelf. In beter weer grazen ze op weilanden en in bebost gebied. Ze schuilen onder de bomen. Een stal is dus niet nodig;
  • Door roterend te begrazen en de juiste begrazing op de juiste plaats en tijd te voorzien, steeg het aantal koedagen per hectare tot 990, terwijl het gemiddelde in de buurt slechts 200 is. Een ‘koedag’ is de hoeveel die een koe eet op één dag. Daarvoor zet hij delen weiland af met elektriciteitsdraad. Hij gebruikt ook een systeem van mobiele schaduw, zodat hij mee bepaalt waar de koeien rusten en grazen;
  •  een mobiel irrigatiesysteem gebruikt hij om het aanwezige water nuttig aan te wenden;
  • Hij is begonnen met pasture cropping, een techniek ontwikkeld in Australië, waarbij je een zomergewas zoals sorghum inzaait in de weide . Hij laat de koeien tweemaal grazen vooraleer de zaden ontkiemen. Zo blijft de grond altijd bedekt;
  • In zijn polycultuur is ook plaats voor konijnen, kalkoenen en leg- en vleeskippen. Kippen scharrelen tussen de koeienvlaaien en verspreiden zo de meststoffen. Tegelijk leggen ze eieren, wat nog eens inkomen genereert. In de winter hokken de kippen op in polytunnels, bovenop en naast de varkens. In de lente dienen de (vers gemeste) polytunnels opnieuw voor groententeelt wanneer de kippen terug buiten zijn;
  • Het surplus aan inkomsten dient voor extra activiteiten zoals shiitakekweek, een mobiele koeienmelkerij, honing, schoolrondleidingen en agrotoerisme. De mogelijkheden zijn oneindig!

radicaal veranderen

Wat blijkt dus? Zijn werkwijze vergt geen groot rollend materieel meer. Hij stelt ook dat je ongeacht de schaal (klein of groot landbouwbedrijf) winst zal maken. De winst maak je doordat je geen groot materieel meer nodig hebt. Materieel roest, neemt in waarde af en moet worden afgeschreven. In plaats van fysieke machines, zit de waarde in het management en eigen denken.

Doordat we zo gewend zijn geraakt aan de traditionele methode, met almaar groter materieel, zien we de opportuniteiten niet meer om zonder dat materieel te werken. Sommigen zijn zelfs emotioneel gehecht aan hun materieel. Dat maakt het des te moeilijker om radiaal te veranderen.

Joel ziet zijn activiteiten in goede handen voor de volgende generatie. Zijn opvolging is gegarandeerd. Hij besluit dat een boerderij in zijn ogen maar duurzaam is, als er minstens twee voltijdse salarissen uit voortvloeien.

Na de uiteenzetting volgt een vragenronde van het Nederlandse publiek.

Pieter Vandenheede

Geef een reactie