Ga naar de inhoud
Het World Agroforestry Centre (vroeger ICRAF) definieert agroforestry als volgt:
Agroforestry is een verzamelnaam voor systemen van landgebruik waarbij houtige meerjarige gewassen bewust gebruikt worden op hetzelfde perceel als landbouwgewassen en/of -dieren, door ze ruimtelijk te combineren, na elkaar te laten volgen, ofwel beide. In agroforestrysystemen zijn er zowel ecologische als economische interacties tussen de bomen en andere delen van het systeem.

 

Welk soort agroforestry?

Al naargelang de combinatie die gemaakt wordt, kunnen er vier verschillende soorten agroforestry onderscheiden worden. Eigenlijk zijn er zoveel mogelijkheden als er individuele bedrijfsstrategieën zijn. Maar in de context van de Vlaamse landbouwsector lijken vooral de eerste twee groepen van belang. Voor de volledigheid worden ze alle vier kort besproken:

 

Silviculturele agroforestry

bomen in rijen aanplanten in combinatie met éénjarige of korte omlooptussenteelten

Silvopastorale agroforestry

bomen in combinatie met (pluim-, klein- of groot)vee. Bij dit systeem kan de kost om de bomen te beschermen tegen het grazend vee redelijk hoog oplopen. Daarom wordt soms gekozen om de eerste jaren het gras te maaien, of een akkerteelt te zetten tussen de bomen, en pas wanneer de bomen voldoende stevig in de grond zitten om bestand te zijn tegen een stoot van een koe, worden er dieren op het perceel gelaten.

Boslandbouw

een bestaand bos wordt gedeeltelijk gedund om ofwel vee te laten grazen ofwel om bosteelten te doen. Bosbegrazing is in Vlaanderen omwille van het Bosdecreet niet toegestaan, behalve in bos ‘t Ename (Oudenaarde) om cultuurhistorische redenen. Letterlijk zegt het Bosdecreet: “omvorming van bestaande bossen tot graasweide wordt gelijkgesteld met ontbossing” (art. 97, §2, 9°). Een andere mogelijkheid is om na gedeeltelijke dunning in een bestaand bos, commerciële gewassen te telen die schaduw kunnen verdragen (of zelfs nodig hebben). Voorbeelden hier zijn medicinale planten (ginseng) of decoratieve planten (varens, bloembollen). In Frankrijk en Hongarije worden populierstronken opgekuist door er gastronomische specialiteiten op te telen (shiitake-paddestoelen, oesterzwammen), wat de kost van mechanische verwijdering uitspaart.

Permacultuur

het natuurlijke en biodiverse bosecosysteem nabootsen met vooral eetbare en voor de mens direct bruikbare soorten. Dit is vooral op kleine schaal werkbaar, wegens geringe mechaniseerbaarheid en hoge arbeidsintensiviteit bij opstarten. Deze systemen zijn zeer duurzaam en produceren enorme hoeveelheden nuttige producten op een kleine oppervlakte. Wanneer dit systeem enkele jaren goed beheerd wordt, stelt zich een natuurlijk evenwicht in, en kan het zeer arbeidsarm worden.  Bekijk ook de mooie film A farm for the future hierover.

 

A farm for the future / Een boerderij in de toekomst (english spoken- ned. ondertiteld) from Praktijk Ourobouros on Vimeo.

Interacties staan centraal

Zowel bovengronds als ondergronds zijn er interacties tussen de delen van het agroforestrysysteem. Bovengronds is er bijvoorbeeld de schaduw van de bomen op de gewassen of ook de evapotranspiratie: het verdampen van water door de gewassen dat kan afgeremd worden doordat de bomen de wind afremmen en zo dus aan microklimaatbeheersing doen. Hierdoor stijgt de opbrengst van de gewassen. Ondergronds is er vooral de wortelontwikkeling: zo zullen boomwortels zich dieper ontwikkelen wanneer er tussen de bomen ook gewasworteling, en eventuele bodembewerking plaatsvindt. Op die manier kan de bodem vollediger worden benut, en worden verliezen van nutriënten naar het grondwater beperkt. In kwetsbare gebieden zoals Vlaanderen, waar nitraatuitspoeling zeer hoog is, kan dit milieuvoordeel sterk doorwegen. Bovendien kunnen de bomen door de diepere beworteling periodes van droogte beter doorstaan.

Agroforestry: da’s toch voor de tropen?

Meestal wordt bij agroforestry direct gedacht aan de tropen. Het is inderdaad zo dat in de tropen agroforestry veel meer gangbaar is dan in de gematigde streken. De bodems zijn ginder door het warme en vochtige klimaat dan ook veel gevoeliger voor erosie dan bij ons, dus bomen zijn niet weg te denken in duurzame tropische landbouw. Het World Agroforestry Centre richt zich dan ook voornamelijk op de tropen, omdat in het verleden al teveel schade is aangericht door de bij ons gangbare landbouwmethoden (=monocultuur) ginder toe te passen.

Agroforestry was vroeger de norm


Toch was agroforestry vroeger in Europa ook een traditioneel landbouwsysteem, denk maar aan hoogstamboomgaarden waarin vee kan grazen. Momenteel worden daar zelfs terug subsidies voor gegeven, meerbepaald om de genetische diversiteit van fruitrassen te bewaren. Maar al bij al is er de laatste decennia echter een stelselmatige achteruitgang geweest van bomen in het landschap en dus ook van agroforestrysystemen.