Voedselvoorziening in bange tijden

Ongetwijfeld denken de meesten onder ons bij ‘bange tijden’ aan Corona. Terecht, want dit zijn onzekere tijden die regelrecht naar angst leiden. We vrezen over onzesociale contacten over werkgelegenheid tot welvaart. En ook een vlotte voedselvoorziening. Vandaar deze eerste bijdrage in een reeks die we voorlopig plannen als de eerste van drie.

Mogen we een dierenfabel van Jean de la Fontaine aanhalen:  over de pest:

Les animaux malades de la peste

Un mal qui répand la terreur,
Mal que le Ciel en sa fureur
Inventa pour punir les crimes de la terre,
La Peste (puisqu’il faut l’appeler par son nom)
Capable d’enrichir en un jour l’Achéron,
Faisait aux animaux la guerre.
Ils ne mouraient pas tous,

mais tous étaient frappés :

De dieren zijn ziek: de pest

Een kwaad dat de angst verspreidt,

Kwaad dat de Hemel in zijn woede

Uitvond als straf voor de misdaden van de wereld

De pest (laten we zijn naam noemen)

Die op één dag de onderwereld kan vullen

Was in oorlog met de dieren.

Ze gingen niet allemaal dood,

maar waren allemaal getroffen.

(eigen vertaling)

Het is aanlokkelijk de 17e eeuwse Hemel, God dus, te vervangen door een hedendaagse boeman zoals de neo-liberale globalisering, de verstedelijking of het massa-toerisme of zelfs door complottheorieën. We houden het hier bij de onmiddellijke, zichtbare gevolgen voor de voedselvoorziening. Opmerkelijk is trouwens dat het in de fabel van Lafontaine vooral over voedsel gaat. Het ‘sociale’ effect komt wel even ter sprake: de tortelduifjes blijven uit elkaars weg met als gevolg geen liefde en dus geen vreugde meer. Maar voor de rest gaat het over wat de leeuw, de wolf en de vos niet meer zouden moeten verslinden. Ze mogen nochtans gewoon doorgaan. Wie zich afgestraft ziet, is de ezel, die gras eet. Ook hier is het aanlokkelijk de lijn door te trekken naar de hedendaagse voedingsgewoonten.

Wat zien we tot nu toe veranderen in de voedingsgewoonten en in de voedselvoorziening?

Bulk voor armen

Er is zeker een sociaal gevolg, waarvan de omvang nog zal moeten blijken: door inkomensverlies bij diegenen die al tot de lage inkomensgroepen behoren, vallen meer huishoudens terug op goedkoop voedsel of doen een beroep op voedselbanken. Dat wil zeggen meer buikvullend, geraffineerd, uitgekookt, enz. voedsel. Dat is industrieel verwerkt, even industrieel geteeld en over lange afstanden verscheept en vervoerd.

Uit een studie van Unicef bleek dat 370 miljoen kinderen geen toegang meer hadden tot schoolmaaltijden die voor hen noodzakelijk zijn.

Geen zorgen

Voor diegenen die ‘er geen boterham minder voor moeten eten’, blijven de rekken in de grootwarenhuizen gevuld. Inclusief voor hun honden en katten. Een beetje langer aanschuiven dan gewoonlijk, maar de prijzen zijn voorlopig niet merkbaar gestegen. Waarover zouden we ons zorgen maken?

Meer korte keten

En toch, er is een minderheid (het is wachten op onderzoek om de omvang ervan te schatten) die zich wel vragen stelt over die business as usual. Niet alleen over “hoelang zal het normale duren of terugkomen”? Maar ook over de zin en onzin van de hele voedselvoorziening, van veld en stal tot keuken en tafel. En bovendien is er een deel van die minderheid die voor zichzelf op zoek gaat naar mogelijkheden voor zekere, veilige, in-eigen handen voedselvoorziening. Jawel de drie grote doelen –voedselzekerheid, voedselveiligheid en voedselsouvereiniteit voor de wereld toegepast voor eigen voedsel.

Zonder ons op de borst te kloppen voor ons ‘grote gelijk’, laat staan voor onze bijdrage in die ontwikkeling, kunnen we in Wervel alleen maar gelukkig zijn met de verhoogde aantrekkingskracht van hoevewinkels, voedselteams, zelfoogstboerderijen, CSA’s, enzovoort.

We kunnen dan ook niet anders dan ons met vernieuwd enthousiasme in te zetten voor dergelijke praktijken. Zowel voor de sociale aspecten ervan, waarin we met onze nadruk op ‘commons’ in de voorste linie staan. Als voor de ecologische kant, waar we met agro-ecologie een serieuze troef uitspelen.

Geef een reactie